De Venus Vliegenval

Het geslacht telt maar één soort, Dionaea muscipula, maar er zijn wel heel veel verschillende vormen/mutaties waaronder de ‘B-52’ welke grote vallen maakt en de ‘Akai Ryu’, een volledig rode plant, dit worden ook wel cultivars genoemd.

 

Habitat Dionaea

Habitat van de Venus Vliegenval

De Venus Vliegenval komt alleen voor in het zuidoosten van Noord Carolina, en het noordoosten van Zuid Carolina, in een straal van ongeveer 150 km rond de stad Wilmington, NC. Hier heerst een gematigd klimaat en daarom kan de Venus Vliegenval ook in Nederland het hele jaar door buiten staan. Hoe je dat doet, kun je lezen bij verzorging.

De Venus Vliegenval is sinds 1956 beschermd vanwege de beperkte aantallen in het wild, naar schatting leven er nog 35.000 planten in hun natuurlijke habitat.

Het is een misverstand dat vleesetende planten volledig leven op het vangen van insecten. Ze maken zoals alle groene planten zelf hun voedsel aan door middel van fotosynthese. Vleesetende planten groeien echter op plaatsen waar geen of weinig stikstof (nitraat) in de grond zit, bijvoorbeeld in erg zure milieus zoals moerassen. Toch hebben ze deze stikstof nodig om eiwitten aan te kunnen maken en halen deze dus uit gevangen insecten.

 

Op deze foto zijn de tast haren duidelijk zichtbaar.

Op deze foto zijn de tast haren duidelijk zichtbaar.

Aan het uiteinde van de bladstelen heeft zich een val gevormd die in de zon fel rood van kleur kan worden, hierdoor en doordat er in de rand van elke val nectar klieren zitten worden de insecten in de val gelokt, in elke bladschijf van de val staan 2 tot 5 (meestal 3) tast haren, als er binnen 20 seconden 2 tast haren aangeraakt worden of 2 tast haren tegelijk zal de val dicht slaan (sluitfase) en door de tanden aan de rand van de val is het voor een insect vrijwel onmogelijk om te ontsnappen. De snelheid waarmee de val dicht slaat hangt af van de temperatuur, licht, gezondheid van de planten en andere factoren. De val van een gezonde plant zal in warme omstandigheden zeer snel sluiten, over het algemeen binnen een tiende van een seconde. Omdat het insect toch zal proberen een uitweg te vinden worden de tast haren extra gestimuleerd en zal de val luchtdicht worden afgesloten (afdichtingfase). In deze fase zullen er verteringssappen vrij komen die het zachte weefsel van het insect zullen verteren. Na ongeveer 10 dagen zal het insect verteerd zijn en gaat de val weer open (openingsfase), het enige wat er dan nog van het insect over is, is het exoskelet. De overblijfselen worden er meestal uitgespoeld door de regen, als dit niet het geval is dient het wel als lokaas voor een volgend slachtoffer.

 

De groeicyclus

De groeicyclus van de Venus Vliegenval volgt de vier seizoenen met verschillende groei in elk seizoen.

In het voorjaar als de planten uit winterrust komen zal de plant een rozet van bladeren met vallen maken dicht bij de grond. Het zijn vrij korte, brede bladeren, dit is om zoveel mogelijk licht op te vangen. Ook zal er in het voorjaar een lange bloemsteel verschijnen met een aantal witte bloemen. Deze bloemen zitten zo hoog boven de grond om insecten te beschermen voor de vallen. Ze hebben de insecten immers ook nodig voor de bestuiving.

In de zomer zal de plant een ander type blad produceren, in plaats van laag bij de grond is het blad nu smal, lang en staat rechtop, dit is om boven de rest van de van de begroeiing uit te kunnen komen. De vallen zijn over het algemeen in de zomer ook groter. Nieuwe bladeren met vallen worden voortdurend aangemaakt om oudere, stervende vallen te vervangen.

In de herfst als de dagen weer korter worden en de temperaturen dalen zal de plant weer een kleinere rozet vormen laag bij de grond, de plant bereid zich nu voor op de noodzakelijke winterrust

In de winter zullen de meeste bladeren van de plant zwart worden en afsterven. Onder de grond blijft de knol (rizoom) achter. De Dionaea heeft deze winterrust nodig om goed te blijven groeien en bloeien.

Geschiedenis en naamgeving

Arthur Dobbs

Arthur Dobbs

De eerste schriftelijke verwijzing naar de Venus Vliegenval werd gemaakt door Arthur Dobbs, de Brits koloniale gouverneur van Noord Carolina van 1754 tot 1764, in een brief aan de Engelse plantkundige Peter Collinson verzonden op 2 april 1759. In deze brief beschrijft Dobbs de Venus Vliegenval als een “gevoelige vliegen vanger die sluit bij alles wat hem aanraakt.” Een ander persoon waarmee Dobbs samenwerkte was John Bartram, hij was toen de Koninklijke botanicus van Koning George III. Bartram was de eerste persoon die een exemplaar van de Venus Vliegenval opstuurde naar Engeland voor verdere studie, hij bedacht ook de naam “tipitiwitchet” of “Tippity Twitchet” voor de plant, dat was een verwijzing naar de gelijkenis van de plant en de menselijke vrouwelijke genitaliën. Deze naamgeving blijft bij de perverse botanici van de 18de eeuw in hun hoofd hangen. Eenmaal in Engeland kwamen de planten in handen van John Ellis, een amateur plantkundige en Daniel Solander, een Zweedse plantkundige die in Engeland werkte. De Venus Vliegenval kreeg de naam Dionaea muscipula van John Ellis, maar Dionaea werd eerst voorgesteld door Daniel Solander ter ere van de Griekse godin van de liefde, seksualiteit en vruchtbaarheid Aphrodite, ook wel Dionaea (Dochter van Dione) genoemd. Het tweede deel van de naam ‘muscipula’ is Latijns voor ‘muizenval’.  De perverse botanici kregen verrassend genoeg de verwijzing naar de vrouwelijke genitaliën indirect doorgevoerd in de officiële wetenschappelijke naam.

De naam Venus Vliegenval bestaat uit, ‘Venus’, de Romeinse naam voor de Griekse godin Aphrodite, soms aangeduid als ‘Dione’, vandaar Dionaea. En ‘Vliegenval’ is uiteraard een verwijzing naar de mogelijkheid van de plant om insecten te vangen.